culinostageren-zonder-lagen

Over de rijdende pleisterplaatsen op de rails (4)

Belevenissen van een treinsteward (2):
Dweilen met de kraan open!

Voor het eerst een restauratiedienst alleen draaien, bleek bepaald geen sinecure. En dan die boiler. Tot twee keer toe stroomde het kreng over. En alles werd nat, doornat. Dweilen met de kraan open. Een goed begin?

Tekst: Oege Kleijne 

En daar sta je dan, zo’n tien minuten te vroeg op het station Amersfoort voor de intercity naar Utrecht. Er moest gepassagierd worden. Want in Utrecht begon de dienst.
Eenmaal in Utrecht stond daar al de “Rotterdammer”. Dienst 403, opnieuw een Hondekop, net als tijdens mijn inwerktijd. Die ging naar Enschede. Het echte werk zou nu gaan beginnen. Zonder mijn gezellige leermeester. Keuken open, kookplaten op standje 3, pannen vullen met koud water, boiler aanzetten en het tellen van de voorraden kon beginnen. De eerste klanten kwamen om koffie vragen, maar helaas, zo snel ging het toen niet.
De voorraden klopten. Het steelpannetje met water zat tegen de kook aan en de gloednieuwe koffiezak (een stoffen filter) ging met koffie op de koffiemachine en het zou nog vijf minuten duren voordat het water een minuut had gekookt. Een blik naar buiten: Ah, we waren al bij Amersfoort en de restauratie zat lekker vol. Ik wreef vergenoegd in mijn handen. Eens kijken wat we kunnen verdienen.

Een man en een paardenkop
Maar het overgrote deel van de potentiële klanten stapte uit. En toen het water echt begon te koken, bleven er niet meer over dan de spreekwoordelijk man en een paardenkop. Na Amersfoort dus eerst de restauratie bediend. Daarna de truc met het plateautje en de kan koffie uitgehaald. Nu zonder vallen! Snel door de trein. De weinige mensen die er nog zaten, bliefden nauwelijks koffie. Zo hier en daar een vraag om een broodje kaas, maar broodjes had ik nog niet. En het depot in Enschede bleek op zaterdag dicht. Dus bleef er weinig anders over dan gevulde koeken en spritsen te verkopen.

De boiler op bijvullen gezet
Van Enschede ging het naar Rotterdam. Net na Enschede moest de boiler op bijvullen worden gezet, zodat er voldoende heet water beschikbaar was voor de grote toeloop op weg naar Rotterdam. Na Almelo maar eens met de minibar de trein in. De verkopen waren niet om over op internet te schrijven. Al ruim voor Deventer maar weer terug naar de restauratie. En daar sijpelde een beetje water onder de keukendeur door… 

Compilatie van boekjes en voorschriften voor het werken als treinsteward bij de Wagons-Lits op de binnenlandse diensten. Compilatie: Oege Kleijne.
Boekwerkjes als hulp voor een goede dienstuitvoering. In het stortingsboekjes werden de afgegeven omzetten genoteerd. De beduimelde lichtblauwe leidraad werd het slachtoffer van talloze boileroverstromingen.

Shit, de boiler…
“Shit, de boiler stroomt over!” Snel de vulkraan gesloten en dan maar redden wat er te redden valt. De hele keuken stond blank. Dweilen en dan maar hopen dat er niet te veel schade is. Uiteindelijk viel het mee, behalve de blikjes Skol-bier die op kartonnen dozen stonden en doorweekt bleken. Alles was drijfnat en geen enkele doos was nog te verplaatsen zonder dat de blikjes door het karton heen vielen.

Maar even geen bier bestellen
In Amersfoort vervolgens de bestelling doorgebeld. Broodjes, diverse limonades, maar voorlopig even geen bier. In Rotterdam kwam de besteller op zijn karretje de waar afleveren. Daarna ging het naar Groningen.
Gezellig vol was de trein en dat gold ook voor de restauratie. Nu werd er eindelijk omzet gedraaid. Tot net voor Assen moesten de handen flink uit de mouwen en daarna kreeg de meester (machinist) een bakkie dienst. De tijd vloog.
In Groningen kwamen we binnen op spoor 1. En de eerste nieuwe klanten stapten al meteen binnen. We bleken naar Amsterdam CS te gaan en dat was niet volgens de planning. De perrondienstleider sprak me aan: “Je gaat naar Amsterdam. Het stel wordt daar uitgezet (uit dienst genomen).” Enfin, dan maar naar Amsterdam. Onderweg toch nog lekker verkocht.

Een klassieke intercity uit de jaren zeventig en tachtig bestaande uit zogeheten hondenkoptreinstellen tussen Hooglanderveen en Nijkerk (lijn Amersfoort- Zwolle) op 20 januari 1990. Foto: Oege Kleijne.
Een klassieke intercity uit de jaren zeventig en tachtig bestaande uit zogeheten hondenkoptreinstellen. Op de vierwagenstellen was meestal een bediend buffet (restauratie) aanwezig. Hier de treinstellen van dit type met de nummers 1784+362+715 tussen Hooglanderveen en Nijkerk (lijn Amersfoort- Zwolle) op 20 januari 1990. Foto: Oege Kleijne.

Vers koppie koffie
In Zwolle was ik door de gehele gezette voorraad koffie heen. Met een kokende boiler zette je in een mum van tijd verse koffie. En dat gebeurde dan ook. Nu moest ik ook maar eens aan mezelf denken. Ik nam ook een beker koffie. In de tussentijd zette ik de boiler op bijvullen. Ik mijmerde: “Vers koppie koffie, peukje erbij, het leven van een treinsteward was zo gek nog niet.”
Al na Wezep kwamen mensen uit de eerste klasse vragen ‘waar de koffie bleef’. Ik drukte mijn shagje uit, pakte de minibar en maakte mijn rond onder het uitroepen van “Bier, limonade, koffie.” Dat liep het best op deze warme dag. Maar van de honderd broodjes die ik had besteld, waren er slechts 25 verkocht. Hoe dat nu verder moest?

Brand meester
Plots tikt een man op mijn schouder. ”Meneer, er komt allemaal water uit de keuken, daar lekt volgens mij iets.” Oh donders, weer die boiler. Ik vloek hardgrondig in mezelf. Als een razende keer ik terug en ja hoor, het water staat zelfs al in de restauratiewagen. Wanneer de trein begint te remmen voor de boog in Harderwijk, begint een laagje water zich spontaan over de rest van de restauratiewagen te verspreiden. Pas in Amersfoort geef ik mezelf het sein ‘brand meester’. Dankzij het dweilen heeft de vloer van de restauratie een flinke beurt gehad. Het zweet druipt me van de kop. Ik vervloek eerst die boiler en daarna mezelf. Het verhaal van die ezel en de steen! Dit zou me dus geen derde keer meer overkomen, hield ik mezelf voor. (Ervaren treinstewards, beginnen bij dit voornemen hartgrondig te gniffelen).

Naar de tuin
Eenmaal in Amsterdam aangekomen was de telling van de voorraden nog niet klaar of het treinstel werd al weggereden. We gaan ‘naar de tuin’, zei de rangeerder die meereed. Alleen bleek die tuin wel ver van het station te liggen: het was Amsterdam-Westerdok, een emplacement dat nu niet meer bestaat. Contact met de sectie leerde dat deze dienst niet meer verder hoefde te worden afgemaakt. “U kunt naar huis”, was het korte maar krachtige besluit van de dienstdoende chef. Dus was het weer passagieren geblazen.

Bedstee in de eerste klasse
Ik vulde mijn reisboekje in en een vriendelijke conducteur verwees me naar de eerste klasse (waar een treinsteward geen recht op had). “Kan je je geld en je zegeningen gaan tellen. Er is nog een bedstee (aparte coupé met zes zitplaatsen) vrij.” Dat was een lumineus idee. Gewapend met rekenmachine werd het bordereau (staat van inkomsten) berekend en het geld geteld. “Mwoah, niet slecht.” Een kleine vierhonderd gulden omzet en dat bij een dienst waarvan alleen de rit Rotterdam – Groningen echt druk was geweest. Dus moest er toch zo’n 75 gulden overschieten, nog afgezien van de fooi. “Misschien zo’n honderd piek vandaag? Dat zou niet verkeerd zijn”, sprak ik in mezelf. “Vooral na al die boiler-ellende.”

Een treinsteward met een minibar in een buffetafdeling van een zogeheten hondenkop-treinstel, begin jaren zeventig. Foto: Nederlandse Spoorwegen, bron: Utrechts Archief.
Een treinsteward met een minibar in een buffetafdeling van een zogeheten hondenkop-treinstel, begin jaren zeventig. Foto: Nederlandse Spoorwegen, bron: Utrechts Archief.

Net een geeltje
Tellen dus. Maar het eindbedrag bleek niet meer dan 26 gulden en wat dubbeltjes te omvatten. “Ach wat, thuis op je akkertje nog een keer rekenen en tellen”, dacht ik hardop. Zo gepland, zo gedaan. Tellen, rekenen, maar het bleef ruim een geeltje. Tot op de dag van vandaag is het onduidelijk wat er die eerste dag misging. Een teleurstellend begin? Welnee, uithuilen en opnieuw beginnen en dan scherp blijven. Alert zijn en blijven op wisseltrucs, op verkeerd getelde voorraden en helemaal op die kl*te boilers. Want fouten met geld, die moest je uit eigen zak betalen. Daar was geen ontkomen aan!

Die rotboilers

Het meeste NS-materieel dat in de jaren zeventig met een keuken was uitgerust bezat boilers om het water aan de kook te brengen. In deze boilers zou een vlotter zitten die de eventuele wateraanvoer zou stoppen wanneer het waterpeil hoog genoeg was. Hierdoor zouden overstromingen voorkomen kunnen worden. Waarschijnlijk door de kalkvorming heeft die vlotter nooit goed gefunctioneerd. Voor nood was er ook een waterafvoer naar buiten de trein. Wanneer de boiler over zou lopen, werd het water afgevoerd. Dat was de theorie. In praktijk werkte dit slechts enkele maanden na revisie, maar daarna stroomde de boiler over.  Het water liep met stralen de keuken in en richtte daar de nodige verwoestingen aan, want ook de vloerafvoer zat meestal verstopt.
Menigmaal was het letterlijk dweilen met de kraan open, want na het sluiten van de boilerkraan en het laten leeglopen van een deel van de watervoorraad in de afvoerbakken, klotste het hete water er toch nog wel een minuut of drie overheen.

Blikje klemmen
Met een draaikraan konden de boilers gevuld worden, maar om overstromingen tegen te gaan, kregen steeds meer treinstellen zware drukknoppen. Daardoor was het overstromen theoretisch niet meer mogelijk. Maar het vullen duurde soms tien minuten, tijd die je wel beter kon besteden dan het ingedrukt houden van een zware knop.
Een collega leerde me een trucje: gewoon een blikje bier klemmen tussen de leidingen en de drukknop en klaar is Kees. Het effect laat zich raden: regelmatig moesten treinstewards vaststellen dat het overstromen weer was begonnen en de dweil weer driftig gehanteerd moest worden. Naar een echte oplossing van het probleem heeft Wagons-Lits pas uitgezien bij de komst van de zogeheten Koplopers. Het oudere materieel moest het met de spartaanse boilers doen. Eenvoudige technische verbeteringen werden niet overwogen, terwijl de rest van de horeca die allang gebruikte
.

Lees verder in deel 5.