
Geschiedenis van de Noord-Friese lokaallijnen (1970-2025)
Over Noord-Friese lijntjes en de dingen die voorbijgaan (3)

in hun volle glorie. Bron: Het Utrechts Archief.
Donkere wolken over het Noord-Friese spoor
In tweede helft van de jaren zestig van de vorige eeuw pakten donkere wolken zich samen over de Noord-Friese lokaallijnen. Door de komst van het aardgas liep het kolenvervoer op deze lijnen snel terug. En door de felle concurrentie van de vrachtwagen daalde het vervoer verder. Bovendien verkeerden de rails en dwarsliggers, vaak nog uit de begintijd, in slechte staat. Dat gold vooral op de westelijke tak. Eigenlijk hadden lagere echelons van de NS de exploitatie op beide takken al medio jaren zestig willen stilleggen, maar daar stak de NS-directie een stokje voor. De lijnen konden in de ogen van de NS-leiding gewoon worden ‘opgereden’. Omdat er geen of nauwelijks investeringen hoefden te worden gedaan, waren de lijnen naar het oordeel van de NS-top in ieder geval kostendekkend. En zolang dat nog het geval was, ‘moesten de treinen blijven rijden’.
Tekst: Oege Kleijne
Uit diverse onderzoeken naar hoe het goederenvervoer weer rendabel gemaakt zou moeten worden, bleek dat de NS al het vervoer van wagenladingen zouden moeten afstoten indien die verliesgevend waren. Een lijst met honderden laad- en losplaatsen die niet aan de rentabiliteitseisen voldeden, werd opgesteld. De meeste van die overlaadplaatsen aan de Noord-Friese lijn stonden ook op die lijst en zouden gesloten worden, tenzij de klanten bereid waren de extra kosten te betalen. Vanwege die hogere kosten kozen de meeste klanten voor de truck als vervoermiddel. In de eerste jaren tot de dichtstbijzijnde openbare laad- en losplaats, maar al snel was het wegvervoer in staat om de trein volledig te vervangen.
(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Foto: Wietse Hoekstra.


Alleen nog aardappels
Door het wegvallen van het wagenladingvervoer, sloot de NS begin jaren zeventig de gehele westelijke tak tot Minnertsga en de oostelijke tak tussen Holwerd en Dokkum, althans de openbare laad- en losplaatsen. Wagenladingen werden nog wel gehaald of gebracht, maar dan tegen een hoger tarief. Een dergelijke wijziging van het NS-beleid gold overigens voor heel Nederland. Die was het gevolg van het doorvoeren van de aanbevelingen uit verschillende onderzoeken. Het gevolg: waar goederenspoorlijnen of openbare laad- en losplaatsen niet meer rendeerden, werden speciale tarieven ingevoerd. Ook dat was niet altijd kostendekkend, laat staan winstgevend. Zoals elders in Nederland bood de NS haar goederendiensten alleen nog aan op basis van een contract en tegen speciale, hogere tarieven. Bij dat laatste hadden de Spoorwegen vooral wat grotere vervoeren op het oog, waarbij de tarieven afhankelijk waren van de dienstverlening en de hoeveelheden te vervoeren goederen.
Contractbasis
Tussen Leeuwarden en Holwerd reden de treinen tussen 1973 en begin 1975 uitsluitend op contractbasis met vooral aardappelen voor de export. Onduidelijk is of er sinds 1973 nog treinen hebben gereden naar het ten oosten van Holwerd gelegen Ternaard. Na de sluiting van gedeelten van de lijn volgde, zij het steeds zo’n vijf jaar later, ook de opbraak.
(Tekst gaat verder onder de foto’s)


Werkgelegenheidsproject
Na 1975 reden de aardappeltreinen nog slechts tot Stiens, uitsluitend tijdens het najaar en de eerste maanden van het daaropvolgende jaar. In Stiens werden alle aardappelvervoeren geconcentreerd. Hier was een nieuwe hal in gebruik genomen met spooraansluiting. De lijn tussen Stiens en Holwerd kon daardoor worden gesloten.
Tweedehands spoorlijn
In 1974 was daartoe ook de gehele lijn tussen Leeuwarden en Stiens in het kader van een werkgelegenheidsproject verbeterd. Omdat er nauwelijks budget was, werden tweedehands rails en dwarsliggers gebruikt. Voor de eerste twee decennia was het laatste stuk NFLS gered. Naarmate de jaren verstreken, begon de vrachtwagenconcurrentie ook hier de NS parten te spelen. Langzaam maar zeker daalde het vervoer. Uiteindelijk bleek zelfs het speciale contract niet meer kostendekkend.
Laatste trein
Eind 1998 reed hier de laatste goederentrein. In december 2006 werd het eerste stuk van het emplacement in Leeuwarden tot aan de brug van de Harlinger Trekvaart gesloopt. Een redding van het laatste stukje naar Stiens is daarmee definitief onmogelijk geworden. In 2011 maakte ProRail aan alle verwachtingen een einde met de sloop van het NFLS-gedeelte Stiens – Vliegveld Leeuwarden. Alleen in Leeuwarden liggen nog enkele honderden meters van het vroegere spoor.
(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Foto: Klaas Okkinga.


Vervlogen hoop
Toch bestond er gedurende enkele jaren nog enige hoop op een gedeeltelijke terugkeer van het oude Dokkumer Lokaaltje. Oud-Dokkumer Chris Rijff richtte na de millenniumwisseling een stichting op met de naam NFLS.
Met deze stichting wilden Rijff en zijn medestanders delen van het spoorse erfgoed redden en de oostelijke tak of delen daarvan reactiveren als museumspoorlijn en/of railfietslijn. Los van het behoud van de lijn, kreeg Noordoost-Friesland daardoor een behoorlijke toeristische impuls, zo verwachtten Rijff en zijn stichting.
Heftig verzet
De Stichting NFLS kreeg nauwelijks de zo gehoopte medewerking. Boeren in en rond Metslawier en Anjum zagen – de geschiedenis herhaalt zich – niets in de plannen van Rijff en ze verzetten zich heftig tegen de plannen. Het spoor zou hun land net als vroeger gaan doorsnijden.
Spoorfietsproject Stiens – Jelsum
Elders kreeg deze stichting evenmin de handen op elkaar voor het behoud van delen van de gesloten spoorlijn. Ook niet op het destijds nog met spoor voorziene deel van Stiens naar Jelsum, tussen welke plaatsen Rijff een spoorfietsproject wilde opzetten.
Hoewel er bij veel fracties van de toenmalige gemeenteraad in Stiens enthousiasme of een welwillend oor naar de plannen bestond, zagen B & W weinig in de plannen en zetten zij hun zin door: het spoor moest het veld ruimen ten gunste van een fietspad.
(Tekst gaat verder onder de foto’s)



Andere initiatieven
Los van dit project, dat ook tussen Leeuwarden en Stiens meer toeristen wilde trekken, ontstonden op verschillende plaatsen initiatieven om de herinnering aan het ‘lokaaltje’ levend te houden. In Tzummarum kwam een klein museum in een aanbouw van het vroegere stationsgebouw met een herlegd stuk spoor plus een armsein.
Locomotor
In Marrum-Westernijkerk werd aanvankelijk slechts een locomotor als tastbare herinnering aan het spoor neergezet bij het voormalige stationsgebouw, maar later werd dit uitgebreid met zelfs een voormalige stoomlocomotief en enkele rijtuigen als onderdeel van restaurant “De Pannenkoekentrein”.
Binnen zijn daar voor spoorliefhebbers tal van relikwieën te ontdekken. Op de fraaie website van dit restaurant staat, naast het culinaire aanbod, ook meer informatie over het opgestelde materieel.
(Tekst gaat verder onder de foto’s)




Locomotievenloods Stiens
Een ander maar zeker ook vermeldenswaardig initiatief betrof de voormalige werkplaats en locomotievenloods van de NFLS in Stiens, ooit het centrale punt van waaruit de NFLS de lijnen exploiteerde.
Vele decennia nadat de spoorse activiteiten daarin gestaakt waren, had deze loods dienst gedaan als aardappelgroothandel. Tot in de jaren zestig verzond deze groothandel grote hoeveelheden aardappelen per spoor, vooral naar het buitenland.
Actiecomité
De loods, waarvan de eigenaar ook het behoud nastreefde maar daarin niet het bedrijf kon voortzetten, zou moeten wijken voor woningen. De actiegroep met veel inwoners van Stiens wist echter met veel doorzettingsvermogen de gemeente te overtuigen dit unieke bouwwerk voor het nageslacht te behouden. Het gebouw is later zelfs gerenoveerd.
(Tekst gaat verder onder de foto’s)



Dokkum: legale graffiti
Hoewel in Dokkum verschillende vergeefse pogingen werden ondernomen om daar oud materieel neer te zetten om de herinnering aan het Dokkumer Lokaeltsje levend te houden, gelukte een min of meer tastbare herinnering pas in 2016. In het fiets- en voetgangerstunneltje onder de Rondweg-Noord in deze Noordoost-Friese plaats maakte de graficus Duco de Boer op basis van graffiti-kunst een aantal afbeeldingen van materieel (locomotieven) en de omgeving, waardoor passanten een indruk konden krijgen van hoe het ooit was. Voor meer informatie zie de website van In-Dokkum.
Helaas zijn de kunstwerken enkele malen beklad.

Eerbetoon uit metaal
Een ander initiatief om het Dokkumer Lokaeltsje een blijvende plek in Dokkum te geven en ook als eerbetoon, kreeg vorm als metalen uitsneden van een locomotief en twee rijtuigen. Die sieren het geluidscherm van de Rondweg-Noord, waar ten tijde van de spoorlijn nog treinen reden (deze rondweg is op het talud van het vroegere spoor en het emplacement aangelegd). Dit kunstwerk is gemaakt door SMI te Dokkum in nauwe samenwerking met de stadshistorici Piet de Haan en Warner Banga. Het nieuwe monument ligt iets verder naar het oosten dan de fiets- en voetgangerstunnel, namelijk precies op de T-splitsing met De Veiling. Meer foto’s en informatie over de feestelijke onthulling van dit kunstwerk zijn te vinden op de website van In-Dokkum.
Alles weten over de geschiedenis
van het Noord-Friese spoor?
In Friesland en soms ook daarbuiten, kennen de mensen het ‘Dokkumer lokaaltje’. Van het liedje, maar soms ook van overleveringen of herinneringen. In oktober 2013 is het 512 pagina’s dikke boek over de Noord-Friesche Locaal Spoorwegmaatschappij en de tramwegen in Noord-Friesland verschenen. Het is een echt standaardwerk voor iedereen die belangstelling heeft in de streekgeschiedenis, spoor- en tramwegen en een groot aantal autobusdiensten. Nu tegen een extra aantrekkelijke prijs. Zolang de voorraad strekt.
Interesse? Meer informatie is te vinden op de website van Uitgeverij Gegarandeerd Ongeregelmatig.
