
Herinneringen aan de Noord-Friese lokaalspoorlijnen (9)
Het tijdperk van de Sikken op de lijn Leeuwarden - Stiens

in hun volle glorie. Bron: Het Utrechts Archief.
Het gestaag teruglopende goederenverkeer op de lijn naar Stiens noopte de spoorwegen tot kostenbesparing. Om die reden werd in de zomer van 1993 besloten een locomotief serie 600 of een locomotor de treinen naar en van Stiens te laten trekken. Dergelijke trekkrachten mochten door een rangeerder worden bediend en daarmee spaarde men een dure machinist uit.
Tekst: Hans Elzinga
De kleine locomotor bleek sterk genoeg om het geringe goederenvervoer in de aardappelcampagne te verzorgen. De inzet van de “Sik” – een bijnaam die te danken is aan het geluid van de fluit, dat leek op het gemekker van een geit (sik) – bleef niet beperkt tot de aardappeltreinen. In de zomer ging zo’n Sik naar Stiens met een zogeheten hekkelmachine, waardoor de spoorsloten langs het traject weer op diepte werden gebracht. Dat was een klus van enkele dagen.

Nog maar tien kilometer
Al eerder waren Sikken te zien op de lijn. Zo werd begin juli 1989 het uithaalspoor in Stiens, ooit onderdeel van de lijn naar Dokkum, ingekort om plaats te maken voor een nieuwe woonwijk. Sik 346 viel de eer te beurt de rails en dwarsliggers af te voeren. De locomotor overnachtte op het ZPC-terrein. Door de opbraak kwam de nog resterende lengte van de NFLS overigens op precies tien kilometer uit.

Over geiten en sikken
Ook de jaarlijkse kleine sproeitrein, waarmee het onkruid op en langs de baan werd verdelgd, behoorde tot de taken van de “NFLS-Sik”. Op 22 mei 1991 waren maar liefst twee Sikken nodig voor de ketelwagen met cabine. Het ZPC-raccordement kon niet gedaan worden, omdat er allerlei spullen op de rails lagen. Overigens dienden verscheidene geiten (!) van de rails in Stiens verwijderd te worden, alvorens de Sikken hun werk konden doen.
Combitrein
Een jaar eerder was de samenstelling ook interessant. Op 17 mei 1990 kon ik meerijden op een gecombineerde sproei- en grindtrein. De laatste was nodig om grind bij te storten op plekken op de baan waar dat nodig was. Precies om 9.00 uur vertrok de trein, bestaande uit Sik 341, sproeiwagen en bijbehorende gesloten goederenwagen (Gs) en drie blauwe zelflossers. Op de heenweg werd na verwijdering van een aantal schapen nabij de Harlingertrekvaart, vrolijk gesproeid en na afkoppeling van de zelflossers en de Gs op het “emplacement” van Stiens werden de beide stootblokken op het ZPC-terrein nu wel door de sproeiwagen aangetikt.

Ford Sierra
Na het weer opvissen van de zelflossers zouden we net vertrekken, toen een stofwolk zichtbaar werd met er vooruit iets wat op een zwarte Ford Sierra leek. Uit gebaren kon worden opgemaakt dat het niet de bedoeling was dat we zouden wegrijden. De kofferbak ging open en er kwamen twee remhefbomen uit voor de 341.
‘Ja, we waren al in Leeuwarden geweest, maar we hoorden dat de Sik zich in Stiens bevond’, verklaarde een van de mannen in de auto.
Mopperen
De sikmachinist begon te mopperen, want hij zag zijn vrije middag in het water vallen. Eerst was hij pas op het laatste moment op de hoogte gebracht van het feit dat er op de terugweg grind gestort moest worden en nu dienden die vermaledijde hefbomen ook nog eens te worden vervangen. Dat moest snel gebeuren, omdat er haarscheurtjes ontdekt waren en de Sik met die hefbomen de gehele trein moest beremmen. Het viel gelukkig mee. Het klusje was snel geklaard.
Bij Jelsum werd het grind gestort, daar waar enkele dagen tevoren vijf overwegen waren vernieuwd. Ook de aansluiting van de vuurwerkopslag in Leeuwarden werd op een flinke portie steenslag getrakteerd. Rond half een kwam het emplacement van de Friese hoofdstad in zicht en konden de Sik en zijn bestuurder zich wijden aan hun welverdiende vrije middag.

Geen Sik
Maar niet altijd ging het zo gladjes als toen. Toen op 28 oktober 1993 de eerste wagens zich aandienden voor Stiens, was er geen Sik voor de trein te vinden. Voorlopig was er nog een machinist en een loc serie 6400 beschikbaar. Pas op 22 november reed voor het eerst een aardappeltrein met een locomotor. Een jaar later – het laatste seizoen dat er gereden werd – trok Sik 259 de eerste wagen op 8 november naar Stiens.

Langste trein
De langste trein achter een Sik reed op 27 november 1994. De 341 maakte in Stiens zijn opwachting met niet minder dan acht beladen wagens. Er gloorde weer een beetje hoop voor de lijn. Eind januari 1995 verscheen Sik 249 ten tonele. Dit locje was vroeger veel in het noorden te vinden en niet minder dan vijftien jaar ouder dan de andere dienstdoende Sikken. Het bouwjaar: 1935! Een doorn in het oog was dat deze locomotor van onder tot boven onder de graffiti zat. Er zat maar een ding op. De volgende dag toog ik met een pot graffiti remover naar de goederendienst en na een toestemmend gebaar en drie uur werk, was ie weer om te zoenen. En nu maar hopen dat de Sik ook nog zou worden ingezet naar Stiens…
Op 24 februari werden er nog drie goederenwagons beladen in Stiens en daarmee zou de laatste echte goederentrein op de lijn naar Stiens een feit zijn geweest. Maar het liep even anders.

Rottende aardappelen
Tot mijn verbazing kwam op 11 april 1995 achter loc 1213 een wagen boomstammen voor Harlingen (in die tijd heel bijzonder) en een Franse koelwagen in Leeuwarden aan. Deze wagen bleek niet leeg, zoals gebruikelijk, maar zat vol ondeugdelijke (rottende) aardappelen die vermoedelijk ergens in Kroatië te lang op een emplacement hadden gestaan en bij afzender ZPC diende te worden terugbezorgd. Zonder het te weten fotografeerde ik de dag erop de allerlaatste trein op de lijn naar Stiens. En de lege Franse koelwagen? Eind oktober, dus bijna een half jaar later, stond die nog op het emplacement te Leeuwarden.
Domper
In november 1995 werd de laatste hoop op vervoer naar Stiens de bodem ingeslagen. De ZPC gaf te kennen niet meer van het lijntje gebruik te zullen maken. Wat een domper! Aan de andere kant was ik blij dat ik de jaren daarvoor zo vaak langs de lijn had vertoefd en misschien wel alle dwarsliggers en rails op de dia’s kan natellen. Het blijken dierbare herinneringen.

Alles weten over de geschiedenis
van het Noord-Friese spoor?
In Friesland en soms ook daarbuiten, kennen de mensen het ‘Dokkumer lokaaltje’. Van het liedje, maar soms ook van overleveringen of herinneringen. In oktober 2013 is het 512 pagina’s dikke boek over de Noord-Friesche Locaal Spoorwegmaatschappij en de tramwegen in Noord-Friesland verschenen. Het is een echt standaardwerk voor iedereen die belangstelling heeft in de streekgeschiedenis, spoor- en tramwegen en een groot aantal autobusdiensten. Nu tegen een extra aantrekkelijke prijs. Zolang de voorraad strekt.
Interesse? Meer informatie is te vinden op de website van Uitgeverij Gegarandeerd Ongeregelmatig.

Terug naar overzicht Noord-Friesland
rh 02-2026