

Spoorlijn Röthenbach (Allgäu) - Weiler im Allgäu
Opbraak van het kleinste lokaalspoorlijntje in de Allgäu


Inhoudsopgave
Zomervakanties? Dat zijn in ons geval combinaties van zon, zee, strand en, als het even kan, wat berglandschappen. Hoe de samenstelling ook moge uitvallen, een weekje Duitsland zit er altijd wel in. En dan kan een echte Nebenbahnfan er natuurlijk niet omheen een portie lokaalspoorwegen aan het vakantiemenu toe te voegen. Dat een dergelijk ingrediënt niet zelden verrassingen tot gevolg heeft, is op zijn minst mooi meegenomen.
Tekst: Oege Kleijne
Een paar weekjes in de schitterende Allgäu in Zuid-Duitsland betekent dan ook dat menig spoorlijn wordt bezocht of – waar de familie een oogje toeknijpt – het uitkammen van een heel gebied, op zoek naar spoorlijnen, stations of restanten van spoorse activiteiten. Tijdens een van die zoektochten ging het in de richting van Röthenbach, tussen Kempten en het prachtige Lindau aan de Bodensee. Net voor het station ontdekte ik een overweg waar aan beide kanten de rails waren verwijderd. De opbraakploeg moest hier recentelijk zijn geweest, getuige de nog niet overwoekerde ballast en de vele dwarsliggers die nog gewoon op hun plek lagen.

Moeilijk te volgen
Een blik op de Generalkarte (uitgave Shell) leerde dat het hier om de lijn naar Weiler im Allgäu moest gaan. Wat de kaart ook aangaf, bleek al snel: de spoorlijn was op het eerste stuk buitengewoon moeilijk te volgen. Bij een enkele kilometers van Röthenbach verwijderd liggende fabriek stond nog een graafmachine met het opschrift ‘DB’. Verderop, in de richting van Weiler, lagen de rails er nog gewoon. Mijn vermoeden dat men op dat moment met het opbreken van de lijn bezig was, werd bevestigd toen een kraan over de rails in de richting van Weiler reed met een kleine container met gasflessen. Ik keek mijn vrouw aan en vroeg of er een uurtje af zou kunnen. Want een opbraakploeg in volle actie, dat was een toevalstreffer zoals je die niet vaak tegenkomt, zeker niet als argeloos vakantieganger. Ze knikte instemmend.

Behendig
Ongeveer twee kilometer van Weiler verwijderd, stond een ploeg mannen bij de spoorlijn. Hun dienstauto was weggezakt in de modder en er was geen beweging in te krijgen. Of ik wilde helpen duwen? Tuurlijk! Maar ook met de kracht van vier man, was er geen beweging in de auto te krijgen. “Dan moeten we wachten op de Bagger (de rijdende kraan)”, riep een van de mannen. Die kwam al snel. De bestuurder reed naar de overweg, draaide het voertuig behendig, zo’n 90 graden, hief het spooronderstel op en reed nu op gewone wielen naar de dienstauto. Ketting om de trekhaak en binnen enkele seconden was de dienstauto vlotgetrokken. Intussen had ik de mannen honderduit gevraagd over de opbraak en ook alle relevante informatie gekregen. Mijn accent wekte nieuwsgierigheid op. “U komt uit Nederland en u bent geïnteresseerd in ons werk, het opbreken van spoorlijnen? Nou, dat maken we zelden mee”, vertelde de ploegleider.

Snijbrander
De opbraak geschiedde volgens een bijna fabrieksmatige aanpak. Eén ploeg reed de spoorlijn af met een lorrie. Met een snijbrander werden de stukken spoor in delen van ongeveer een meter doorgesneden. Binnen tien tot twintig seconden vrat de brander zich door de dikke rails heen. Vervolgens kwam de Bagger, stapelde tien tot twaalf stukken rails met bielsen op een een-assige lorrie en reed naar een punt waar de stukken rails werden opgestapeld, klaar om door een vrachtwagen naar een ‘werkplaats’ halverwege Röthenbach te worden vervoerd. Daar werden dwarsliggers en rails van elkaar gescheiden en verdeeld in containers. Waren die vol dan werden ze afgevoerd naar een ijzerhandel in Augsburg. Per vrachtauto, de trein kwam ook voor de afvoer van de laatste stukjes lokaallijn niet eens meer ‘in Frage‘.
Tekst gaat verder onder de foto’s.


Kriebelen
Ondanks het fraaie weer, de prachtige vergezichten en de ontspannende wandelingen bleven de activiteiten van deze Oost-Duitse werkers aan de lijn naar Weiler kriebelen. Een kleine week later ging de reis opnieuw in de richting van Weiler. Nu om nog meer foto’s te nemen. De mannen herkenden me van de week daarvoor. Ze zwaaiden vriendelijk. De lijn werd systematisch afgewerkt. Stukje voor stukje fotografisch vastgelegd. Eigenlijk verbazend, hoe snel een spoorlijn kan worden gesloopt, want binnen enkele dagen had men vele kilometers van rails en dwarsliggers ontdaan.
Tekst gaat verder onder de foto’s.

Foto: Oege Kleijne.


12 juli 2001. Foto: Oege Kleijne.
Bagger
De bestuurder van de kraan op lorries maakte een praatje en nodigde me uit voor een rit. De Bagger, zoals de kraan in het Duits wordt genoemd, hobbelde over de door de snijbrander doorgesneden rails. De korte stukjes spoor van ongeveer een meter gaven het idee alsof je in de jaren zestig in een trein zat die zo’n 160 kilometer per uur reed. Grappig! De laatste rit op een spoorlijn in een kraan, dat verzin je niet. De behendigheid waarmee hij de stukjes spoor uit het grind takelde en die vervolgens tot een meter of anderhalf opstapelde op een één-assige lorrie maakte indruk. Wat een vakman! Was de stapel eenmaal op hoogte dan klemden de beide kaken van de grijpers zich om een van een stukken spoor, tilde het geheel zo’n dertig centimeter op en dan reed de kraan gezwind naar de stapelplaats.
Onvermoeibaar
Na twee uur fotograferen, kijken en toch ook bewonderen, zette ik me weer achter het stuur en zwaaide ten teken van afscheid naar de harde werkers. 36 graden Celsius bleek het inmiddels te zijn. De mannen gingen onvermoeibaar verder. Ik keek naar mijn vrouw die al die tijd geduldig had zitten wachten. “Ook zin in terrasje met uitzicht op de Bodensee?” vroeg ik haar. “Alsof je het nooit zou voorstellen…”, lachte ze.
Epiloog
Na de afbraak van de spoorlijn is het tracé in gebruik genomen als fiets- en wandelpad, het uiteindelijke lot van veel (Beierse) lokaalspoorlijnen. Hiervoor is zelfs een redelijk succesvolle inzamelingsactie onder de plaatselijke bevolking gehouden.
Met dank aan Hub Brouns voor de aanvullende informatie (in 2001).
Tekst over de geschiedenis van deze lijn gaat verder onder de foto’s.





Historie Nebenbahn Röthenbach (Allgäu) - Weiler (1893 - 2001)
De spoorlijn Röthenbach (Allgäu) – Weiler im Allgäu was vooral bedoeld om reizigers en goederen uit Weiler en Auers naar en van het spoorwegknooppunt Röthenbach te vervoeren. Vanuit die plaats konden de reizigers, en natuurlijk ook de goederen, verder naar Kempten – Ulm/München of naar Lindau aan de Bodensee. Ook takte in Röthenbach het lokaallijntje naar Lindenberg en Scheidegg af. Spectaculair zijn de vervoerde aantallen reizigers of hoeveelheden goederen op de lijn naar Weiler nooit geweest. Al na de Tweede Wereldoorlog daalde het aantal reizigers zodanig dat het aantal retourritten op deze lijn verminderde tot zeven in 1950 en in 1953 nog maar één dagelijkse slag (een retourrit) werd gemaakt. Ook het goederenverkeer overleefde het niet. In de jaren tachtig werd er nog gemiddeld twee tot drie keer per maand (!) gereden.
Tot in de jaren vijftig hebben de stoomlocomotieven van de serie 98, typisch kleine locs voor de Nebenbahnen, daar dienst gedaan met enkele rijtuigen; meestal met een gemengde trein; de reizigerstrein nam niet zelden ook goederenwagens mee en rangeerde onderweg. Daardoor kon de reis relatief lang duren. Aan het einde van de stoomtijd eind jaren zestig, begin jaren zeventig, deden stoomlocomotieven van de series 64 en 86 hier dienst. Vermoedelijk heeft deze lokaalspoorweg geen dieseltractie in de vorm van railbussen of treinstellen in de reizigersdienst gekend. De goederendienst werd de laatste jaren tot de sluiting afgewikkeld met een diesellocomotief van het type V 100 (serie 211) van de Deutsche Bundesbahn.

Nebenbahn Röthenbach (Allgäu) - Weiler in feiten en cijfers
Type spoorlijn: Nebenbahn (lokaalspoorlijn)
Lengte: 5,7 km
Opening: 22.7.1893
Sluiting (reizigersverkeer): 1.12.1960
Sluiting (goederenverkeer): 1.5.1991
Ingebruikneming als fietspad: juni 2005
Stations: Röthenbach (aan de lijn Kempten – Lindau), Auers, Weiler.
Stationsgebouwen: Weiler en Röthenbach (beide nog bestaand, stand 2025).
Meer informatie op internet en bronnen:
– Die Nebenbahnen der BD München, door Wolfram Alteneder en Clemens Schüssler, uitgave 1987 door Verlag C. Kersting.
– Deutsche Klein- und Privatbahnen, Band 7, Bayern, door Gerd Wolff, uitgave 2002 door Eisenbahn Kurier.
– Wikipedia – kort geschiedenis van deze spoorlijn.
– Vergessene Bahnen – een tocht langs de restanten van de lijn in 2007.
– Hub Brouns, informatie over deze lijn.