
Herinneringen aan de Noord-Friese lokaalspoorlijnen (8)
Over opgeblazen silo's, een spoedklus in Stiens
en een werktent op het spoor

in hun volle glorie. Bron: Het Utrechts Archief.
Inhoudsopgave
De treinen op het laatste stukje Noord-Fries spoor leenden zich prima als fotografisch object. Zodra er echter een videocamera was aangeschaft, moesten de konvooien natuurlijk ook als bewegend beeld worden vastgelegd.
Tekst: Hans Elzinga
We schrijven 25 november 1992 wanneer er niet alleen een trein naar Stiens moet, maar ook een andere gebeurtenis zou plaatsvinden die prima op video tot z’n recht komt: rond 15.00 uur zouden de oude silo’s van de CAF, niet ver van het Leeuwarder station en gezichtsbepalend op veel spoorse foto’s, worden opgeblazen. Omdat de trein om 13.45 uur zou vertrekken, fietste ik vooruit in de richting Stiens en positioneerde me op een uitstekende plaats. Toen echter de trein om 14.35 uur in geen velden of rails te zien was, begon ik argwaan te krijgen.

Bloedgang
De trein zou toch niet wachten op het neerhalen van de silo’s? Ik nam het zekere voor het onzekere en fietste met een bloedgang terug naar Leeuwarden, een stevige windkracht 7 trotserend. En ja hoor. Daar stond keurig de 6440 in gezelschap van een gesloten goederenwagen (Gbs) te wachten tot het grote spektakel achter de rug zou zijn.
Werktent
De silo’s gingen in grote stofwolken – letterlijk – te gronde. Maar nu moest de 6400 zich haasten, want om 17.00 uur stond een nieuwe klus op het programma. In Stiens wachtte loc en bemanning een verrassing. Het elektriciteitsbedrijf had een werktent strak tegen de rails opgebouwd. Er zat niets anders op de tent te verplaatsen en pas daarna ging het verder naar het eindpunt.
Reizen met obstakels
Tussen haakjes: het spoor naar Stiens was vaker het doelwit van lieden die in de stellige overtuiging verkeerden dat het spoorverkeer naar het fraaie Friese dorpje al lang was gestaakt. Zo werden diverse diersoorten met kettingen vastgebonden aan de rails aangetroffen en ontdekte de locbemanning regelmatig elektriciteitskabels over de rails. Het treinpersoneel kan deze beperkte opsomming vast aanvullen…
Uiteindelijk lukte het snel terug te keren naar Leeuwarden. Daar stond een bijzondere klus op het programma, want er moest naar Heerenveen gereden worden. De reden? Zie het artikel hieronder.
Waarom elke dag van Stiens naar Heerenveen?
De locomotief die de goederentrein naar Stiens had gereden, ging op werkdagen snel door naar Heerenveen. Interessant is de vraag wat die daar ging doen. Immers, Heerenveen had ook in die dagen nauwelijks goederenverkeer per spoor.
Vraag: Moest er een goederentrein worden opgehaald en was er nieuw, geregeld vervoer?
Antwoord: Nee!
Vraag: Moest er dan een trein worden gebracht?
Antwoord: Nee!
Vraag: Wat ging de locomotief dan wel doen?
Antwoord: Naar Heerenveen als losse locomotief en weer terug, ook als losse loc.
Voor niet-ingewijden moet het de verspilling ten top zijn geweest: een locomotief zonder wagens of rijtuigen naar Heerenveen laten rijden, om vervolgens zonder aanhang weer terug te keren naar de Friese hoofdstad.
Het enige echte antwoord: het feit dat er in de spitsuren tussen Leeuwarden en Heerenveen treinstellen van het type Wadloper werden ingezet. Deze detecteerden slecht (nodig om overwegen en seinen te bedienen) en daarom had men op de NS-burelen bedacht dat er minimaal twee soorten materieel aan deze Wadlopers vooraf moesten gaan om de rails voldoende schoon te rijden. Aangezien er normaliter alleen maar treinstellen van het type Koploper tussen Leeuwarden en Heerenveen reden, moest daar nog een ritje van een losse locomotief bijkomen.
Of de vier beremde assen van de diesel het grote verschil tussen wel en niet detecteren betekenden, vermeldt de geschiedenis niet. Het Leeuwarder treinpersoneel moest om die bureaucratische maatregelen wel lachen, al was het vaak wat meewarig.
Met dank aan:
Hans Elzinga, Bert de Graaf, Wim Hoekema, Bart Peters en Wytze Wijbenga.
Alles weten over de geschiedenis
van het Noord-Friese spoor?
In Friesland en soms ook daarbuiten, kennen de mensen het ‘Dokkumer lokaaltje’. Van het liedje, maar soms ook van overleveringen of herinneringen. In oktober 2013 is het 512 pagina’s dikke boek over de Noord-Friesche Locaal Spoorwegmaatschappij en de tramwegen in Noord-Friesland verschenen. Het is een echt standaardwerk voor iedereen die belangstelling heeft in de streekgeschiedenis, spoor- en tramwegen en een groot aantal autobusdiensten. Nu tegen een extra aantrekkelijke prijs. Zolang de voorraad strekt.
Interesse? Meer informatie is te vinden op de website van Uitgeverij Gegarandeerd Ongeregelmatig.

Terug naar overzicht Noord-Friesland
rh 02-2026