
Denekamp - Oldenzaal - Losser - Glane - Gronau
Het Twentse tingeltrammetje (2)

Ook op Duits gebied ontstonden allerlei problemen. De Pruisische autoriteiten kwamen met strenge eisen. De aanvankelijk geplande route langs de Losserse straat in Gronau werd afgewezen, waardoor ook een mooie aansluiting nabij het hoofdstation van de Pruisische spoorwegen in die plaats niet kon doorgaan.
Tekst: Oege Kleijne
De NWSM-directie wijzigde het plan en ging praten met een van de aandeelhouders: de Spinnerei Deutschland. Deze bezat een eigen spoorlijntje tussen het emplacement van de Pruisische staatsspoorwegen en de fabriek. Daarop wilde de NWSM de tramlijn uit Losser laten aansluiten.
De fabriek ging akkoord, op voorwaarde dat zij bij verkoop recht op eerste koop verkreeg. En dat gebeurde.

Minimumsnelheid: 25 km/h
De Pruisen kwamen met nog meer eisen. Zo mochten de trams tussen de Nederlands-Duitse grens en het eindpunt van de lijn niet onderweg stoppen. Er gold zelfs een minimumsnelheid van 25 km/h (de maximumsnelheid bedroeg in Pruisen 30 km/h). Daarnaast moest de NWSM zorgen voor voldoende douanefaciliteiten, inclusief woonruimte voor de beambten. Dit resulteerde in het relatief grote station Glane.
Een andere voorwaarde voor toestemming van Duitse zijde was het verbod om goederenwagens door te voeren over de NWSM-lijnen naar en van Gronau. Dit betekende een flinke teleurstelling, vermoedelijk omdat men nu geen extra vervoer kon verwerven door het omzeilen van hoge grenstarieven tussen de nationale spoorwegmaatschappijen.

‘Höllandische Bahn’
De NWSM koos voor een eigen station dat bijna een kilometer verwijderd was van het hoofdstation in Gronau. Het kreeg de naam ‘Holländische Bahn’. Door alle tegenslagen en nieuwe eisen van Duitse zijde kon pas in de zomer van 1902 met het leggen van de rails begonnen worden.
Opening
Op 18 juli 1903 werd de lijn over de gehele lengte feestelijk ingewijd. De dag daarna ging de dienst van start met vijf treinenparen. Althans op het Nederlandse deel. De Duitsers gaven nog geen toestemming voor het 1,6 kilometer lange deel op hun grondgebied. Vermoedelijk voldeden de locomotieven van de dierenserie (alle locs kregen de naam van een dier) niet aan alle eisen. De Pruisische autoriteiten moeten de hand over het hart hebben gehaald, want de tweede dag na de opening werden de treinen wel toegelaten.

In twee delen
Als gevolg van de ‘knip’ in Oldenzaal werd de verbinding in twee delen geëxploiteerd: Oldenzaal – Gronau en Oldenzaal – Denekamp. De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM) stelde het personeel, de locs en de rijtuigen ter beschikking. De rijtuigen deden ook dienst op de lokaalspoorweg tussen Oldenzaal en Enschede via Lonneker.
De locs voor de NWSM-diensten maakten in Oldenzaal gebruik van het daar aanwezige HSM-depot voor klein onderhoud. Van daaruit werd ook de dienst naar Enschede via Lonneker gereden.

Arbeidersvervoer
Het vervoer ontwikkelde zich gunstig. Vooral het arbeidersvervoer naar Gronau kwam goed op gang. Toch verliepen de eerste jaren niet geheel zonder pech, veroorzaakt door de NWSM zelf!
Bij de aanleg van de lijn had de maatschappij veel tweedehands materiaal gebruikt. Ook op het gebruik van zand voor de stabiliteit van de rails en dwarsliggers was bezuinigd. Het gevolg was dat ontsporingen aan de orde van de dag waren. Uit overleveringen is bekend, dat reizigers zich hieraan enorm stoorden en sommigen zelfs maar weer te voet hun reis voortzetten of in het geheel niet meer van de tram gebruikmaakten. Ook stonden de telegraafmasten zo dicht op de rails, dat mensen die uit de ramen hingen zich soms met armbreuken onder medische behandeling moesten stellen.

Kinderziekten
Na enkele jaren waren deze ‘kinderziekten’ hersteld en waren de dwarsliggers in de spoorbogen vervangen door betere exemplaren, die in een stevig grind- of zandbed werden gelegd. Het ’tingeltrammetje’, zoals het in de streek genoemd zou zijn, deed het goed. Veel arbeiders en zelfs de eerste dagjesmensen maakten van de verbinding gebruik. Ook het goederenvervoer ontwikkelde zich redelijk. Meestal werden de goederenwagens met de reizigerstrams meegegeven.
rh 03-2026