
Herinneringen aan de Noord-Friese lokaalspoorlijnen (6)
Van Heiloo via Leeuwarden naar... Stiens

in hun volle glorie. Bron: Het Utrechts Archief.
Een stilleven: roestige rails, geflankeerd door welig tierend onkruid. Alsof de laatste trein jaren tevoren had gereden. En een lijntje dat wegliep naar een schier eindeloos, verstild landschap. Leeuwarden Halte anno 1982. Hier raakte Hans Elzinga gefascineerd door het laatste stukje van de vroegere ‘Noord-Friese’, het lijntje Leeuwarden – Stiens. Op deze en volgende pagina’s doet hij kond van zijn belevenissen op en rond ‘zijn’ spoortje en vult die zo hier en daar aan met terugblikken in de geschiedenis.
Tekst: Hans Elzinga
Leeuwarden Halte, begin jaren tachtig. Het stationsgebouw is weg. Doch op de een of andere manier hangt hier nog de sfeer van vroeger. In gedachten ga je terug naar vóór 1935 en stel je je voor hoe het er hier vroeger aan toe moest zijn gegaan. Een wachter die de bomen bedient, reizigers die zich op het halteperronnetje opstellen in afwachting van de trein naar huis. En even dat moment van hectiek: de trein komt aan, de bomen gaan dicht, de seinarm schiet schuin omhoog en het fluitsignaal klinkt. De boemel zet zich sissend in beweging, de paar rijtuigen verdwijnen snel het fraaie, serene Noord-Friese platteland in. En de rust keert weer.

Feestelijkheden
Natuurlijk kende ik de lijn naar Stiens enigszins. Vanuit mijn woonplaats Heiloo ging het met enige regelmaat naar de Friese hoofdstad. Op bezoek bij opa’s en oma’s. De eerste, wat grondiger kennismaking gebeurde met grote haast. In 1976 werd Heiloo opgeschrikt door een dieselloc van de serie 2200 met een sleep rijtuigen van de Stoomtram Hoorn – Medemblik. Navraag leerde dat deze bijzondere trein naar Leeuwarden onderweg was om niet minder dan tien dagen lang tussen de Friese hoofdstad en Stiens te pendelen. Aanleiding daarvoor waren feestelijkheden ter afsluiting van het opknappen van de lijn en het ZPC-complex in Stiens in het kader van een werkgelegenheidsproject. Dus zo snel mogelijk de trein naar Leeuwarden genomen, want zo’n kans laat je je natuurlijk niet ontgaan.

Leeuwarden Halte
Later zou ik dus terugkeren naar Leeuwarden Halte. Inmiddels was Leeuwarden mijn woonplaats geworden. Maar wat wist je als spoorwegliefhebber in het begin nu helemaal van zo’n lijntje? De zwaar verroeste rails in het voorjaar zouden je onmiddellijk doen geloven dat treinen op deze lijn voltooid verleden tijd waren. Van aardappelcampagnes en perioden van druk goederenvervoer in het najaar en de winter had je als inwoner van het Noord-Hollandse Heiloo geen weet. Wel van VAM-treinen naar Den Helder en ook van Materieel ’46 in de spits. Daarover wist je bijna alles.
Ernstig verknocht
Tot je op een dag het geluid van brullende dieselmotoren van een 2400 meende te horen. Bij de lijn aangekomen was er geen trein meer te zien, maar de gladde rails hadden de trein verraden. Sindsdien ben ik ernstig aan de lijn verknocht geraakt, wat resulteerde in vele fietstochten in vaak verlengde middagpauzes. Op de een of andere manier was zo’n goederentrein met toen zo’n tien tot twaalf wagens iets bijzonders. Maar de komst van reizigersmaterieel op het Noord-Friese lijntje ervoer je als een hoogtepunt.
De eerste keer was dat op 4 juni 1984. Leerlingen van de Technische School hadden een haalbaarheidsonderzoek gedaan naar een herkansing voor de lijn naar Stiens. En hoe kun je zo’n project beter afsluiten dan door met de 3212 twee keer heen en weer te rijden op het onderzoeksobject?

Blauwe Engelen
Het zou niet bij die ene personenrit blijven. Het bestaan van dit restant van het ooit zo omvangrijke Noord-Friese lokaalspoornet was zelfs tot in het Verenigd Koninkrijk doorgedrongen, getuige een Britse spoorwegclub die met een Blauwe Engel (de 171) op 25 september 1987 de rit naar Stiens waagde. Het was trouwens niet voor het eerst dat DE-2’en, zoals dit type officieel bij de NS te boek stond, op de Noord-Friese te zien waren. Eerder reden er Blauwe Engelen naar Dokkum in het kader van de zogeheten opdooiritten, zoals in 1956.
Het spoortje naar Stiens onder de draad?
Zou het ooit elektrisch naar Stiens gaan? Nou, er bestonden wel plannen voor een sneltram, maar van de realisering is weinig terechtgekomen. Toch waren er tot tweemaal toe elektrische voertuigen op deze lijn.
Door Hans Elzinga
Tot mijn verbazing ontdekte ik op 29 september 1982 twee treinstellen van het type Materieel ’46 (234 en 237) ter hoogte van de Frieslandhal. Deze stellen werden mishandeld bij een brandweeroefening, alvorens onder handen te worden genomen door een professionele sloper.

Zo’n zeven jaar later ontving het Stienser lijntje weer een elektrische gast in de vorm van locomotief 1216. Bij een rangeermanoeuvre werd de Leeuwarder containertrein door een stootblok heen gedrukt. Om ruimte te maken werd het voorste deel van de trein, inclusief statige e-loc, tijdelijk geparkeerd op de lijn naar Stiens.

Met dank aan:
Hans Elzinga, Bert de Graaf, Wim Hoekema, Bart Peters en Wytze Wijbenga.
Alles weten over de geschiedenis
van het Noord-Friese spoor?
In Friesland en soms ook daarbuiten, kennen de mensen het Dokkumer lokaaltje’. Van het liedje, maar soms ook van overleveringen of herinneringen. In oktober 2013 is het 512 pagina’s dikke boek over de Noord-Friesche Locaal Spoorwegmaatschappij en de tramwegen in Noord-Friesland verschenen. Het is een echt standaardwerk voor iedereen die belangstelling heeft in de streekgeschiedenis, spoor- en tramwegen en een groot aantal autobusdiensten. Nu tegen een extra aantrekkelijke prijs. Zolang de voorraad strekt.
Interesse? Meer informatie is te vinden op de website van Uitgeverij Gegarandeerd Ongeregelmatig.

Terug naar overzicht Noord-Friesland
rh 02-2026