
Herinneringen aan de Noord-Friese lokaalspoorlijnen (5)
De laatste jaren van de 'Noord-Friesche'

in hun volle glorie. Bron: Het Utrechts Archief.

Foto: Roelof Hamoen.
Inhoudsopgave
Vanaf 1975 werd alleen nog het baanvak Leeuwarden – Stiens gebruikt voor aardappelvervoer tijdens de campagnes tussen oktober en februari. De Zaai- en Pootgoed Coöperatie (ZPC) concentreerde aanvankelijk al het aardappelvervoer in Stiens, waardoor het niet meer nodig was deze exportproducten op verschillende plaatsen langs de lijnen van de “Noord-Friesche” op te halen.
Tekst: Wim Hoekema
Leverde dit gedurende de eerste jaren lange treinen op, in de loop van de jaren daalde het vervoer gestaag. Het ging duidelijk bergafwaarts met het aardappelvervoer. Waagden zich in de jaren zeventig en tachtig nog locomotieven van de serie 2200, 2400, respectievelijk 6400 op de lijn naar Stiens, in de jaren negentig kon de NS het af met de nog geen honderd pk sterke locomotor, de Sik.

Stervensproces
Het stervensproces van de andere lijnen die ooit tot de Noord-Friesche Locaal Spoorwegmaatschappij (NFLS) behoorden, ging ook niet aan het laatste restant tussen Leeuwarden en Stiens voorbij. Het spoor was dringend aan onderhoud toe en de NS wilde de daarmee gepaard gaande kosten afwentelen op de ZPC. De ZPC koos daarom voor het wegvervoer.
Op de achtergrond speelde nog een belangrijke reden voor de opheffing van de dienst naar Stiens. Behalve de containershuttle reden er geen goederentreinen meer naar Leeuwarden. De NS moest dus voor slechts enkele wagens per week – en dat gedurende slechts een deel van het jaar (het aardappelseizoen) – een loc en bemanning stellen. Bovendien konden de wagens niet worden meegegeven met de containershuttle: er moest een aparte goederentrein worden ingelegd tussen Leeuwarden en het rangeerstation Zwolle of Amersfoort. Dit alles maakte dat voortzetting van dit vervoer bepaald niet lucratief zou zijn geworden.
De laatste (echte) trein reed op 12 april 1995, toen Sik 341 een met niet meer zulke verse aardappels beladen Interfrigowagen naar Stiens mocht brengen en de wagen na lossing mee terugnam naar Leeuwarden.
Tekst gaat verder onder de foto’s.

Doek valt
Na de afscheidsrit met de Talent, eind februari 1997, viel het doek definitief voor de laatste tien kilometer spoorlijn van de roemruchte “Noord-Friesche”. Zie onderaan deze pagina. Bij de reconstructie van de Harlingerstraatweg, waar zich ooit Leeuwarden Halte bevond, verviel de overweg. De spoorbomen kregen een tweede leven tussen Veendam en Musselkanaal-Valthermond, een onderdeel van de STAR-museumspoorlijn. Inmiddels was ook op de vliegbasis het spoor opgebroken, evenals de overweg bij Jelsum.
Aardige zus
Het spoor leek ook tussen Leeuwarden en Stiens te hebben afgedaan. Wel werd er voor tonnen geïnvesteerd in een vrije busbaan langs de weg uit Stiens. Het kan verkeren. In het versje over ‘It Dockumer Lokaeltsje’ kwam vroeger al de zinsnede voor: “…in jouw plaats kwam een bus met een aardige zus die haar kaartjes verkoopt met een lach…“. Trouwens, conductrices op de bus kennen we ook allang niet meer.
Kamervragen
De sluiting en de mogelijke opbraak van het gedeelte Harlingerstraatweg-Stiens waren blijkbaar niet bij alle NS-diensten bekend, want ondanks de definitieve sluiting besloot de NS in oktober 1997 de lijn te voorzien van gloednieuwe kilometerborden. Deze geldverspilling leidde zelfs tot Kamervragen aan Annemarie Jorritsma, de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat.
Het definitieve einde
Op 22 februari 1997 gaf de “Noord-Friesche” nog één levensteken: een laatste rit met de toen gloednieuwe Talent, een dieseltreinstel van de nieuwe generatie voor genodigden. Dit treinstel reed nog één keer naar Stiens en daarmee werd het spreekwoordelijke boek van de exploitatie van de Noord-Friese lokaalspoorlijnen gesloten. Zie het item onder “NVBS-excursie in 1992′.
NVBS-excursie in 1992
De Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en Tramwegwezen (NVBS) heeft in de afgelopen vijftig jaar met verschillende excursies de lijnen van de Noord-Friese bezocht. De deelnemers konden de trein vereeuwigen op allerlei fotopunten, zoals stations en markante plekken. Op 11 april 1992 ging een dergelijk uitstapje op de NFLS slechts tot Stiens. Verder ging het toen niet meer, omdat de rails naar Holwerd en Minnertsga allang waren opgebroken.




De laatste trein naar Stiens in beeld


Foto: Hans Elzinga.


Foto: Bert de Graaf.

Vliegveld Leeuwarden en de "Noord-Friesche"
In 1937 werd buiten Leeuwarden een burgervliegveldje aangelegd, slechts bestaande uit een grasveld en een stationsgebouwtje. De KLM verzorgde binnenlandse vluchten naar Schiphol.
De Duitse bezetter zag aan het begin van de Tweede Wereldoorlog al vlug het belang van dit vliegveld als basis voor bombardementsvluchten naar Engeland. Onmiddellijk werd in de zomer van 1940 begonnen met een enorme uitbreiding van het terrein, waarbij per trein puin uit Rotterdam werd aangevoerd, waarmee de start- en landingsbanen werden verhard. Daarnaast vond een omvangrijk zandvervoer naar de basis plaats vanuit Veenwouden per tram van de Nederlandse Tramweg Maatschappij. Door de uitbreiding kwam de NFLS-lijn binnen de hekken van de ‘Fliegerhorst Leeuwarden‘ te liggen. De Duitsers plaatsten hekken over de lijn die door Duitse wachtposten werden bewaakt. Op de basis werd een aantal zijsporen aangelegd. Daarnaast verrezen zes locomotiefloodsjes en bouwden de Duitsers een uitgebreid net van smalspoorlijnen.
Na de oorlog bleven de zijsporen bestaan ten dienste van Defensie, die ze gebruikte voor de aanvoer van materialen en kerosine per trein. De zijsporen werden in de tweede helft van de jaren zeventig opgebroken.
Het plotselinge einde van de halte Jelsum

Op 25 januari 1944 werd de halte Jelsum, tussen Leeuwarden en Stiens, letterlijk weggevaagd door een voltreffer tijdens een geallieerd bombardement op Vliegveld Leeuwarden. Op dat moment werd het voormalige haltegebouw bewoond door de familie Winkel, waarvan de man als ploegbaas wegonderhoud bij de NS in dienst was. Ten tijde van het bombardement was mevrouw Winkel alleen thuis en zij zat juist op het toilet toen een voltreffer de woning raakte, maar zij wonder boven wonder “slechts” gewond was. Het puin en de nog aanwezige restanten van het huisraad zijn later in de bomkrater gestort, waarna de familie moest omzien naar vervangende woonruimte. Latere pogingen van de familie om nog wat spulletjes op te graven werden verboden, omdat de bomtrechter nu, ambtelijk gezien, werd aangemerkt als ‘militair gebied’, waartoe burgers geen toegang hadden…
Met dank aan:
Wim Hoekstra, Hans Elzinga, Bert de Graaf, Roelof Hamoen, Lieuwe van der Leij (), Wytze Wijbenga.
Alles weten over de geschiedenis
van het Noord-Friese spoor?
In Friesland en soms ook daarbuiten, kennen de mensen het ‘Dokkumer lokaaltje’. Van het liedje, maar soms ook van overleveringen of herinneringen. In oktober 2013 is het 512 pagina’s dikke boek over de Noord-Friesche Locaal Spoorwegmaatschappij en de tramwegen in Noord-Friesland verschenen. Het is een echt standaardwerk voor iedereen die belangstelling heeft in de streekgeschiedenis, spoor- en tramwegen en een groot aantal autobusdiensten. Nu tegen een extra aantrekkelijke prijs. Zolang de voorraad strekt.
Interesse? Meer informatie is te vinden op de website van Uitgeverij Gegarandeerd Ongeregelmatig.

Terug naar overzicht Noord-Friesland
rh 02-2026