Bovenbanner Railromantiek Nederland

Geschiedenis van de Noord-Friese lokaallijnen (1930-1969)

Over Noord-Friese lijntjes en de dingen die voorbijgaan (2)

Kaart met spoor- en tramlijnen in Noord-Friesland rond 1930. In rood de Noord-Friese lokaalspoorlijnen. Bron: Het Utrechts Archief.
Kaart met hoofd-, lokaalspoor- en tramlijnen in Noord-Friesland rond 1930. In rood de Noord-Friese lokaalspoorlijnen
in hun volle glorie. Bron: Het Utrechts Archief.

De opkomst van fiets, autobus, auto en brommer plus de economische recessie in de jaren dertig van de vorige eeuw gaven de reizigersexploitatie op de Noord-Friese lijnen de nekslag. De relatief lage behoefte aan reizen in die tijd – zeker in de crisisjaren – zorgde al niet voor volle treinen. Nu moest het schaarse reizigersaanbod ook nog eens tussen al deze vervoermiddelen verdeeld worden.

Tekst: Oege Kleijne

De kaartjes voor de inmiddels bedaagde treinen waren soms ook duurder dan de bus. De zachte zetels in de bus versus de harde houten banken deden de rest. De lokaaltrein gold als vies (vanwege de roetvorming van de stoomtreinen) en had een imagoprobleem: het werd als een ouderwets vervoermiddel gezien. Auto en bus golden als ‘modern’.  

Opbraakploeg actief op de lijn Tzummarum - Franeker Halte in 1936. De foto toont een locomotief van de serie 7100 met een wagon waarop (opgebroken) rails liggen. Plaats en locomotief, maar ook de fotograaf zijn onbekend. Verzameling: Wietse Hoekstra.
De weinig succesvolle lijn Tzummarum - Franeker legde als eerste het loodje. In 1933 werd de reizigersdienst gestaakt, in 1935 moest ook het goederenvervoer eraan geloven. Al een jaar later werd de lijn opgebroken. Hier zien we zo'n opbraakploeg. Plaats en locomotief van de NS-serie 7100, maar ook de fotograaf zijn onbekend. Verzameling: Wietse Hoekstra.

Economische crisis
Door de economische crisis bezat zowel de HSM als de NFLS nauwelijks de middelen die nodig waren voor innovatie: versnelling van de lijn en/of nieuw materieel dat kostenbesparend zou kunnen werken. Een enkele proef met een motorrijtuig van de Gooische Stoomtram leidde al snel tot het inzicht dat er grote bedragen nog zouden zijn om deze tractievorm op alle NFLS-lijnen in te voeren.
De problemen waren zo groot dat al in 1933 de lijn Tzummarum – Franeker voor reizigerstreinen gesloten werd. Medio jaren dertig was het gedaan met het sympathieke lokaaltje, dat ondanks de concurrentie door vele Noord-Friezen gekoesterd werd. De lijnen werden in 1935 door de Nederlandse staat genaast (een soort onteigening).

Een van de zeldzame foto's van het stationsgebouw van Finkum (ten noorden van Stiens aan de lijn naar Dokkum). Het gebouw werd in 1931 gesloopt. Fotograaf onbekend; verzameling Wietse Hoekstra.
Een van de zeldzame foto's van het stationsgebouw van Finkum (ten noorden van Stiens aan de lijn naar Dokkum). Het gebouw werd in 1931 gesloopt. Fotograaf onbekend; verzameling Wietse Hoekstra.

Hierdoor kon de HSM van de exploitatieplicht worden ontheven. Touwtrekken over de afkoopsom voerde tot langdurige onderhandelingen over de liquidatie van de Noord-Friesche Locaal-Spoorwegmaatschappij. Die kreeg pas in 1941 haar beslag.

Impuls voor het goederenvervoer
Het goederenverkeer bleef op de meeste lijnen gehandhaafd en kreeg door de aanleg van een verbindingsbaan nabij Minnertsga/Mooie Paal zelfs een extra impuls. 
De aanleg hiervan naar de tramlijn Leeuwarden – Sint-Jacobi Parochie (NTM) kwam in 1939 gereed. Over deze lijn had de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (NTM) spoorwagens vanuit Leeuwarden vervoerd. Met de sluiting van de tramlijn tussen Leeuwarden en Beetgumermolen kon het goederenvervoer doorgang vinden via de aansluiting bij Mooie Paal, dus via de NFLS.

Kartonnen vervoerbewijzen voor de reizigerstreinen op de Noord-Friese lokaalspoorwegen. Van links naar rechts een retourkaartje Leeuwarden - Jelsum, een enkele reis Leeuwarden - Jelsum en een retour Leeuwarden -Ferwerd. De kartonnen treinkaartjes werden gefotografeerd door Klaas Okkinga.
Uit de tijd dat er nog echte kartonnen spoorkaartje werden afgegeven. Van links naar rechts een enkele reis van Jelsum naar Leeuwarden (20 cent), midden een deel van een Jelsum - Leeuwarden en rechts een enkeltje van Leeuwarden naar Ferwerd (50 cent). Foto: Klaas Okkinga.

De NS, ontstaan door een fusie tussen de grote spoorwegmaatschappijen HSM en SS, nam toen de exploitatie ter hand. In plaats van hoekige tramlocomotieven, kwamen de grotere stoomlocs van de NS door de straten van de kleine dorpjes te rijden.

Tweede Wereldoorlog
De lijngedeelten waarop weinig goederenvervoer plaatsvond, werden in de Tweede Wereldoorlog gesloten en daarna opgebroken. Het staal van de rails kon de bezetter goed gebruiken bij de vervaardiging van oorlogsmaterieel en voor reparatie van gebombardeerde spoorlijnen en emplacementen.
Doordat brandstoffen als diesel en benzine al enkele maanden na de bezetting van Nederland door de Duitsers gerantsoeneerd werden, kon er van trein of tram vervangend busvervoer geen sprake zijn.
Daar waar een reizigersdienst mogelijk was en er ook nog sporen lagen, werden spoor- en tramlijnen gereactiveerd. Ook de NFLS werd  tijdelijk in oude luister hersteld.

(Lees verder onder de foto)
Een uitsnede uit een spoorwegkaart van 1941, waarop onder meer de lijn nog staat naar St.-Jacob Zuid (het zuidelijke station van Sint-Jacobi Parochie. De cijfers bij de sporen geven aan hoeveel wagons er kunnen staan. Tekening: verzameling. Wietse Hoekstra. Kaart is niet te vergroten
Een uitsnede van een spoorwegkaart uit 1941, waarop onder meer nog de lijn staat naar St.-Jacob Zuid (het zuidelijke station van Sint-Jacobi Parochie). De cijfers bij de sporen geven aan hoeveel wagens er kunnen staan. Tekening: verzameling. Wietse Hoekstra. (Kaart is niet te vergroten)

Beperkte dienst door de NTM
Met ingang van 24 mei 1940 verzorgde de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (NTM) vanaf het tramstation in Leeuwarden een beperkte dienst naar Dokkum-Aalsum en Tzummarum. Dit gebeurde met trammaterieel, in opdracht van de NS. Per dag werd drie keer heen en weer gereden. Later werd dit verhoogd tot vier ‘slagen’. Doch er kwam al op 1 december 1940 een einde aan dit vervoer. De Duitsers waren namelijk druk doende het vliegveld Leeuwarden drastisch uit te breiden. Doordat de lijn direct langs de werken liep, hadden vriend en vijand een goed uitzicht op de werkzaamheden ten behoeve van de Luftwaffe.
Ook het goederenvervoer verliep tot aan de spoorwegstaking in september 1944 onder verantwoordelijkheid van de NTM, echter met NS-locs.

Ontspoorde stoomtramlocomotief in Minnertsga in 1940. De jeugd heeft iets aan het wissel gedaan en daardoor ontspoorde de stoomtramlocomotief die een alternatieve dienst uitvoerde op de spoorlijnen in Noord-Friesland tijdens het eerste deel van de Tweede Wereldoorlog.
Wat de jeugd precies heeft gedaan om deze trein te laten ontsporen, is nog altijd niet bekend. Zeker is wel dat de ondeugden aan de wissel geknoeid hadden. De tram van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (NTM) met loc 36 (in jargon een grote Henschel) kwam er aan en ontspoorde. Het trok heel wat bekijks. Minnertsga, 1940. Foto: Wietse Hoekstra.

Waarom de NS de NTM met die verantwoordelijkheid belastte, is niet geheel duidelijk. Wel is zeker dat het goederenvervoer tijdens de Tweede Wereldoorlog buitengewoon omvangrijk was, doordat andere middelen van vervoer ontbraken.

De naoorlogse jaren
Na de oorlog ging het langzaam bergafwaarts. Tijdens de wederopbouw tussen 1945 en 1950 reden de goederentreinen af en aan op de Noord-Friese. Maar al in de jaren vijftig begonnen de vervoerscijfers te dalen. Voornaamste oorzaak was de opkomst van de vrachtwagen, maar ook het vervoer van kolen daalde door de komst van aardgas. Daarnaast wilde de NS geen al te omvangrijke investeringen meer doen in dit soort lijntjes.

Stiens met rechts de goederentrein (locomotief serie 7700) naar Minnertsga en links een dergelijke trein (locomotief serie 1700) naar Dokkum op 13 september 1951. Foto: Klaas Okkinga.
Stiens met rechts de goederentrein (locomotief serie 7700) naar Minnertsga en links een dergelijke trein (locomotief serie 1700) naar Dokkum op 13 september 1951. Foto: Klaas Okkinga.

Concentratiegedachte
Ook dachten de spoorwegen dat opheffing van los- en laadplaatsen tot een verbetering van de efficiency zou leiden. De goederen zouden dan per vrachtauto van en naar meer centrale overslagplaatsen vervoerd kunnen worden. Deze concentratiegedachte werkte in het begin wel, maar al snel bleek dat het vervoer per vrachtwagen de trein kon vervangen en soms zelfs sneller en goedkoper was. Het vervoer bleef daardoor dalen. 
Stukje voor stukje werd het lijnennet gesloten. Begin jaren zestig reden de goederentreinen vanuit Leeuwarden nog slechts naar Dokkum en Tzummarum. Enkele jaren later werd de westelijke tak tot Minnertsga ingekort. De tramexploitatie tussen Mooie Paal en Beetgumermolen werd in delen opgeheven; het laatste stuk van deze tramlijn ging dicht in 1965.

Drukte te Stiens met links de 1711 met een goederentrein naar Dokkum en rechts een loc serie 7700 met een trein richting Tzummarum. 13 september 1951. Foto: Klaas Okkinga.
Drukte te Stiens: links de 1711 met een goederentrein naar Dokkum, rechts een loc serie 7700 met een trein in de richting Tzummarum. 13 september 1951. Foto: Klaas Okkinga.

Fotografische impressies uit de jaren vijftig en zestig

Blik op het emplacement van Holwerd met telegraafmasten op 20 april 1958.
Sfeerfoto's als deze werden in die tijd bijna alleen door het duo Ankersmit en Van de Meene gemaakt. Hier zo'n foto te Holwerd (20 april 1958), waarop niet alleen het fraaie Friese vlakke land te zien is, maar ook nog de telegraafmasten, waarover toen telefoonverkeer (de diensttelefoon) plaatsvond. Foto: Kees van de Meene.
Blik op het emplacement van het station Ternaard vanaf de locomotief gezien in de richting Stiens. Het links leidende spoor was het doorgaande. 4 april 1958. Foto: Kees van de Meene.
Blik op het emplacement van het station Ternaard vanaf de locomotief gezien in de richting Stiens. Het links leidende spoor was het doorgaande. 4 april 1958. Foto: Kees van de Meene.
Het stationsgebouw van Hantum, gezien vanuit de richting Dokkum met overweg en bord met de maximale toegelaten baanvaksnelheid. In de jaren vijftig stonden op de meeste plaatsen nog de stationsgebouwen die tijdens de aanlegperiode, begin 1900, waren gebouwd. Tot op de dag van vandaag herinneren nog veel stationnetjes, echter zonder rails, aan de lokaalspoorperiode. Foto: Kees van de Meene, 4 april 1958.
Het stationsgebouw van Hantum, gezien vanuit de richting Dokkum met overweg en bord met de maximale toegelaten baanvaksnelheid. In de jaren vijftig stonden op de meeste plaatsen nog de stationsgebouwen die tijdens de aanlegperiode, begin 1900, waren gebouwd. Tot op de dag van vandaag herinneren nog veel stationnetjes, echter zonder rails, aan de lokaalspoorperiode. Foto: Kees van de Meene, 4 april 1958.
Het emplacement van Stiens gezien in de richting van Leeuwarden met diesellocomotief serie 2400 en goederentrein op 4 april 1958. Foto: Roef Ankersmit.
Stiens was ook in de jaren vijftig en zestig een belangrijke plaats voor het goederenvervoer. In 1958 (4 april) was de stationskap van Stiens afgebroken en de stoomlocomotief 'verdreven' door de veel efficiëntere diesellocomotief. Foto: Roef Ankersmit.
Vrouwenparochie aan de westtak (Stiens - Tzummarum) op 4 april 1958 met verschillende goederenwagens. Op veel van dergelijke stationnetjes stonden in de jaren vijftig 'bakken' van oude goederenwagons die als opslagruimte werden gebruikt. Foto: Roef Ankersmit.
Vrouwenparochie aan de westtak (Stiens - Tzummarum) op 4 april 1958. Op veel van dergelijke stationnetjes stonden in de jaren vijftig 'bakken' van oude goederenwagens die als opslagruimte werden gebruikt. Foto: Roef Ankersmit.
Sint-Jacobi Parochie met locomotief 2420 met een goederentrein op het emplacement op 4 april 1958. Foto: Kees van de Meene.
Sint-Jacobi Parochie was in de jaren vijftig en zestig een van de drukkere los- en laadplaatsen aan de westelijke tak. Ook hier waren veilinggebouwen, die zorgden voor veel aanbod van goederen. Toen hier loc 2420 met de goederentrein op de gevoelige plaat werd vastgelegd (4 april 1958), waren de hoogtijdagen echter voorbij en vormde de vrachtauto al een geduchte concurrent. Foto: Kees van de Meene.
Diesellocomotief 2420 op het emplacement van Sint-Jacobi Parochie, gezien in de richting van Stiens. Foto: Kees van de Meene, 4 april 1958.
Nog een keer Sint-Jacobi Parochie, maar nu gezien in de richting van Stiens. Het is niet alleen de trein (loc 2420) die de aandacht voor zich opeist op deze foto, ook de benzinepomp (links naast de overweg), de besteleend en de vrachtwagen (rechts) bepalen het tijdsbeeld. Foto: Kees van de Meene, 4 april 1958.
De bruine diesellocomotief 2523 met korte goederentrein op het raccordement van de Friesche Plant N.V. te Sint-Jacobi Parochie in 1969. Foto: Lieuwe van der Leij.

Tot slot een fotografische herinnering aan Sint-Jacobi Parochie, waar de Friesche Plant anno 1969 een eigen spooraansluiting bezat. Het is een zeer zeldzame foto van de ‘bediening’ van deze firma. Niet omdat het zo weinig voorkwam, maar omdat in die tijd dergelijke treinen daar niet gefotografeerd werden. Voor de insiders: het is loc 2523.
Foto: Lieuwe van der Leij.

Alles weten over de geschiedenis
van het Noord-Friese spoor?

In Friesland en soms ook daarbuiten, kennen de mensen het ‘Dokkumer lokaaltje’. Van het liedje, maar soms ook van overleveringen of herinneringen.  In oktober 2013 is het 512 pagina’s dikke boek over de Noord-Friesche Locaal Spoorwegmaatschappij en de tramwegen in Noord-Friesland verschenen. Het is een echt standaardwerk voor iedereen die belangstelling heeft in de streekgeschiedenis, spoor- en tramwegen en een groot aantal autobusdiensten. Nu tegen een extra aantrekkelijke prijs. Zolang de voorraad strekt.
Interesse? Meer informatie is te vinden op de website van Uitgeverij Gegarandeerd Ongeregelmatig

Voorzijde van het boek 'Opkomst en ondergang van de Noord-Friesche Locaal-Spoorwegmaatschappij'
Voorzijde van het boek 'Opkomst en ondergang van de Noord-Friesche Locaal-Spoorwegmaatschappij '

rh 02-2026