
Van het Twentse tingeltrammetje naar goederentramlijn
De gedeeltelijke terugkeer van de goederentram (1)

We beginnen deze geschiedenis bij het einde: de opbraak van de tramlijn van Oldenzaal naar Losser in 1942. Het is oorlog. Nederland is bezet door de Duitsers. De Nederlandsche Spoorwegen (NS) die deze lijn nog als goederenverbinding exploiteren, dienen op last van de bezetter zo’n 500 kilometer rails en dwarsliggers in te leveren. De zwakste lijnen worden het eerst opgebroken, daaronder ook Denekamp – Oldenzaal – Losser. De bedrijven die tot 3 augustus 1942 van de tramlijn gebruikmaken om hun goederen aan- en af te voeren, moeten maar andere middelen van transport zoeken.
Tekst: Oege Kleijne
Het had er toen alle schijn van dat met de opbraak van de lijn het ‘lastige trammetje’ voorgoed uit dit fraaie stukje Twente verdwenen zou zijn. Het liep immers dwars door sommige dorpen, was meestal niet afgescheiden van het andere verkeer en het behoorde tot die middelen van vervoer die men in die tijd liever zag gaan dan komen. Dat was al zo toen de personentram eind 1935 ophield te rijden.
Nog tijdens de Tweede Wereldoorlog werden initiatieven genomen om deze railverbinding te herstellen voor het goederenvervoer. Die mislukten weliswaar, maar na de bevrijding werd een comité in het leven geroepen dat zich met de terugkeer van de goederentram ging bezighouden.

Doortrekking naar Glanerbrug
In 1947 kwamen deze plannen in de openbaarheid. Het gemeentebestuur van Losser zag weinig in de heropening van de oude tramlijn dwars door het dorp, maar toonde begrip voor de problemen van de bedrijven langs de lijn. Even overwoog men nog de lijn om te leggen, maar dat stuitte op financiële bezwaren.
Omdat de meeste bedrijven aan de zuidzijde van Losser lagen, ontstond het plan de lijn niet door het dorp naar Oldenzaal te herleggen, maar een deel van het oude tramtracé tussen Losser en Glane te gebruiken en de lijn als het ware door te trekken naar Glanerbrug, waar een aansluiting moest komen op de spoorlijn Gronau – Enschede.

Niet dwars door het hele dorp
De tram hoefde dan niet dwars door het dorp en de aanlegkosten zouden ook nog eens lager uitkomen, want de nieuwe lijn was aanzienlijk korter dan de oude. Een ander voordeel was dat de arbeiders uit Losser en Glane rechtstreeks met trams/treinen naar Enschede konden reizen.
Losser en de Nederlandse Spoorwegen waren het al snel eens. Zeker toen de textielfabriek van Van Heek en de gemeente Losser besloten jaarlijks een vast bedrag bij te passen in de exploitatiekosten. De lijn kon dus worden aangelegd.
De aankoop van de gronden verliep gemakkelijk, op één eigenaar na: die liet het op een onteigeningsprocedure voor de Almelose rechtbank aankomen.
Tramweg
Deze railverbinding kreeg een concessie als tramlijn. Hierdoor hoefde NS geen seinen neer te zetten, behalve bij Glanerbrug, waar het tramspoor aansloot op de spoorlijn van Gronau naar Enschede.
De beperkingen die dat met zich meebracht bij het vervoeren van lange treinen werden al op voorhand van tafel geschoven: NS voorspelde een beperkt vervoer dat bij een tramlijn tegen relatief lage exploitatiekosten zou kunnen plaatsvinden.

Foto: Kees van de Meene.
Tweedehands rails
Eind 1948 ging de eerste spade de grond in. Met tweedehandse rails en dwarsliggers ging de NS aan het werk. Alleen het stukje grond van landbouwer H. Dijkhuis vormde nog een obstakel. Noodgedwongen moest de aanleg worden gestaakt of een creatieve oplossing worden gevonden. En dat gebeurde. De lijn werd doodgemoedereerd om het stukje grond heen gelegd. Net als in de beginjaren van ‘het spoor’, toen men in Delft bij de eerste doorgaande spoorlijn om het land van een procederende eigenaar heenging en het legendarische Laantje van Van der Gaag ontstond.
Terug naar overzicht Twentse tramlijnen
rh 03-2026