Bovenbanner Railromantiek Nederland

Denekamp - Oldenzaal - Losser - Glane - Gronau

Het Twentse tingeltrammetje (3)

Kaart met hoofd-, lokaalspoor- en tramlijnen rond 1930. In rood de Twentse tramlijnen tussen Denekamp, Oldenzaal, Glanerbrug en Gronau (Duitsland). Bron: Het Utrechts Archief.
Kaart met hoofd-, lokaalspoor- en tramlijnen rond 1930. In rood de Twentse tramlijnen tussen Denekamp, Oldenzaal, Glanerbrug en Gronau (Duitsland). Bron: Het Utrechts Archief.

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) gooide roet in het eten. De grens werd gesloten en het verkeer op het Duitse deel gestaakt. De dienstregeling werd, vanuit Oldenzaal gezien, tot Losser gereden en tot vier tramparen beperkt. In 1915 kwam het verkeer tot Glane-grens weer aarzelend op gang met twee tramparen. Voor spoorwegverkeer bleef de grens tot 1918 hermetisch gesloten.

Tekst: Oege Kleijne

De arbeiders uit Losser en omgeving raakten werkloos en zochten hun heil elders, onder andere in fabrieken in Enschede. Voor hen reden er directe trams tussen Losser en Enschede. Deze moesten eerst naar Oldenzaal, daar ‘kopmaken’ en pas daarna ging het naar Enschede.

Verbindingsbaan
Om rechtstreeks van Losser naar Enschede te kunnen rijden, legde de NWSM een verbindingsbaan aan tussen de lijn Losser – Oldenzaal en Enschede – Oldenzaal. Deze lijn werd op 25 februari 1918 in gebruik genomen. De dienstregeling vermeldde een trein heen (’s morgens) en een trein terug (’s avonds). Saillant detail: van Losser tot en met de verbindingsbaan had het materieel de status ’tram’ en daarna ging het verder als ‘lokaaltrein’.

Prentbriefkaart met tramspoor, vermoedelijk op de huidige Gronausestraat, gefotografeerd in (vermoedelijk) de jaren twintig van de vorige eeuw. Foto: Historische Kring Losser.
Zo liep de tramlijn in Losser. Het tramspoor, vermoedelijk op de huidige Gronausestraat, gefotografeerd in de jaren twintig van de vorige eeuw. Foto: Historische Kring Losser.

Vijfhonderd arbeiders
Pas in april 1919 werd de verbinding met Gronau heropend. Daarna kwamen de meest succesvolle jaren voor de NWSM. Zo’n vijfhonderd arbeiders maakten dagelijks gebruik van de trams en ook het gewone reizigersverkeer bracht de nodige guldens en marken in het laatje. Daarbij deed de lijn het naar Denekamp, qua reizigersvervoer, nog beter dan die naar Gronau.

Bus en fiets
Toen kwam de bus. Deze roomde het vervoer af van de tram. Ook de opkomst van de fiets betekende een forse teruggang in het aantal reizigers. Vooral de lijn naar Gronau kreeg hiervan te lijden. De malaise in de textielindustrie in de tweede helft van de jaren twintig en de economische crisis in de jaren dertig versnelden de vermindering van het aantal reizigers. Het arbeidersvervoer nam zelfs zo af, dat de arbeiderstreinen over de verbindingsbaan bij Oldenzaal op 7 oktober 1928 – slechts tien jaar na de opening – werden geschrapt. De lijn bleef formeel nog open tot 10 december 1929 en werd in 1930 opgebroken.

Prentbriefkaart van de halte Essenhuis in Losser, jaren twintig van de vorige eeuw. Foto: Historische Kring Losser.
Een prentbriefkaart van de halte Essenhuis in Losser. De uitvoering was eenvoudig - slechts een laag perron. Wie eraan kwam en naar het gebouw keek, wist meteen waar hij of zij op de tram kon stappen. De fotograaf moet opzien gebaard hebben met zijn camera, gezien de fietsers die stilhielden en met verbazing de handelingen van de fotograaf gadesloegen.
Foto: Historische Kring Losser.

Alleen het goederenvervoer deed het goed: in 1928 werd zelfs een aparte goederentram van Oldenzaal naar Gronau  ingelegd. De lijn naar Denekamp behield wel een redelijk reizigersvervoer.

Crisis
De economische crisis die in de jaren dertig de streek in alle hevigheid trof, zorgde voor een drastische teruggang van het personen- en het goederenvervoer. De HSM, die de exploitatie verzorgde en een groot deel van het bedrijfsrisico droeg, moest flink geld toeleggen op de tramdiensten. Dit leidde tot de ‘naasting’ van de NWSM-lijnen door de Nederlandse staat. Hierbij werd de NWSM onteigend en ook het exploitatiecontract met de HSM ontbonden.
In 1935 was de naasting een feit, maar er moest nog wel onderhandeld worden over het naastingsbedrag dat de Nederlandse staat moest betalen.

De textielfabriek van Van Heek in Losser in de jaren twintig. De fabriek is nog in aanbouw en krijgt bouwmateriaal per spoor aangevoerd. Dat gebeurt met een stoomlocomotief van de serie 7700. De fabriek bezat een eigen spooraansluiting en zou voor de reactivering van de tramlijn van grote historische betekenis blijken. Foto: Historische Kring Losser.
De textielfabriek van Van Heek in Losser in de jaren twintig. De fabriek is nog in aanbouw en krijgt bouwmateriaal per spoor aangevoerd. Dat gebeurt met een stoomlocomotief van de serie 7700. De fabriek bezat een eigen spooraansluiting en zou voor de toekomstige, gedeeltelijke reactivering van de tramlijn van grote historische betekenis blijken. Foto: Historische Kring Losser.

Sluiting
De lijn Oldenzaal – Gronau werd per 1 januari 1936 gesloten voor het reizigersverkeer. Bussen namen de diensten over. De drukkere verbinding Oldenzaal – Denekamp verloor het reizigersverkeer op 15 mei 1936. Het was gedaan met het Twentse tingeltrammetje.

Duitse verbijstering
Aan Duitse zijde toonden de autoriteiten zich verbijsterd over de opheffing. Zij vernamen dat pas enkele dagen voor de sluiting en legden zich hierbij niet neer. De concessie verplichtte de NWSM namelijk nog jaren door te gaan met de exploitatie. Een flinke boete dreigde, maar uiteindelijk ontspande de situatie zich en werd van oplegging van straf afgezien.

Het statige stationsgebouw van Glane, vlakbij de Nederlands-Duitse grens. De omvang van het gebouw is het gevolg van de douane-activiteiten die er plaatsvonden. Toen fotograaf ir. J.J.H. Meulman de lijn bezocht en op de gevoelige plaat vastlegde (1942), waren de rails hier al enkele jaren verdwenen. Het stationsgebouw werd overigens in de jaren zestig afgebroken. Foto: Het statige stationsgebouw van Glane, vlakbij de Nederlands-Duitse grens. De omvang van het gebouw is het gevolg van de douane-activiteiten die er plaatsvonden. Toen fotograaf ir. J.J.H. Meulman de lijn bezocht en op de gevoelige plaat vastlegde (1942), waren de rails hier al enkele jaren verdwenen. Het stationsgebouw werd overigens in de jaren zestig afgebroken. Foto: ir. J.J.H. Meulman.
Het statige stationsgebouw van Glane, vlakbij de Nederlands-Duitse grens. De omvang van het gebouw is het gevolg van de douane-activiteiten die er plaatsvonden. Toen fotograaf ir. J.J.H. Meulman de lijn bezocht en op de gevoelige plaat vastlegde (1942), waren de rails hier al enkele jaren verdwenen. Het stationsgebouw werd in de jaren zestig afgebroken.

Goederenvervoer blijft
Met veel inspanning konden de fabrikanten het goederenvervoer op de beide tramlijnen behouden. Daartoe moest een gemeente als Losser bijpassen in de exploitatie. De aan de lijnen gelegen fabrieken zegden onder druk van de spoorwegen een groter vervoer toe.
Niet de gehele lijn kon openblijven. Per 1 januari 1936 werd Glane – Gronau voor alle verkeer gesloten. De Spinnerei Deutschland maakte van haar recht gebruik de lijn weer in bezit te nemen en hield zodoende de eigen spooraansluiting. Wanneer de lijn tussen de Spinnerei en de grens werd afgebroken is niet bekend.

Het (voorlopige) einde
Tot 22 mei 1937 werd de lijn nog tussen Losser en Glane met goederentrams bediend. In 1938 werd de lijn opgebroken, met uitzondering van een stukje spoor dat nodig was om de textielfabriek van Van Heek te bedienen. De Tweede Wereldoorlog luidde het einde van de lijn in. De NS moest vijfhonderd kilometer spoor en dwarsliggers afgeven aan de Duitse bezetter; het bedrijf koos ook voor opbraak van rails en dwarsliggers van de beide ex-NWSM-lijnen.

Op 23 juli 1942 staakte NS de dienst naar Denekamp en op 3 augustus volgde de verbinding naar Losser. Bijna direct na de sluiting begon de opbraak. Alleen een klein stuk van de lijn naar Denekamp in Oldenzaal zelf zou behouden blijven. 

Lees verder in deel 4.

Diesellocomotor, een zogeheten oersik, op het terrein van de voormalige steenfabriek in Losser in 2003. Foto: Oege Kleijne.
Vlakbij de voormalige steenfabriek in Losser stond ter gelegenheid van de Landesgartenschau 2003 (de jaarlijkse tuin-en bloemententoonstelling van de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen) een oude opgeknapte 'Oersik' opgesteld voor het al even schitterend gerestaureerde rijtuig C 905. De 'C' geeft aan dat het een derdeklasrijtuig is. Dit en andere rijtuigen hebben dienst gedaan op de lijnen van de NWSM en zijn speciaal gebouwd voor het vervoer van arbeiders. Na diverse omzwervingen en zelfs brandstichting kwam het rijtuig in het bezit van de Museum Buurt Spoorweg in Haaksbergen. Het in zeer desolate staat verkerende rijtuig werd met veel liefde voor details en vakmanschap in de oorspronkelijke staat teruggebracht en het diende tot oktober 2003 als expositieruimte voor een tentoonstelling over de NWSM en de tram in en om Losser. Het rijtuig is nu te bewonderen bij de MBS in Haaksbergen. Foto: Oege Kleijne.

rh 03-2026