
Geschiedenis van de Noord-Friese lokaallijnen (1901-1929)
Over Noord-Friese lijntjes en de dingen die voorbijgaan (1)

in hun volle glorie. Bron: Het Utrechts Archief.
Van het ooit zo omvangrijke lokaalspoornet in Noord-Friesland, vroeger eigendom van de Noord-Friesche Locaal-Spoorwegmaatschappij (NFLS), is weinig meer over. De sporen liggen in nog in delen van Leeuwarden en zo hier en daar herinneren stationsgebouwen en minimusea aan het ooit roemrijke ‘lokaaltje’.
Tekst: Oege Kleijne
De toekomst van dat laatste stukje ‘Noord-Friese‘ lijkt alleen nog uit tastbare herinneringen in de vorm van dijklichamen, stations- en haltegebouwen bestaan. Initiatieven om de lijn of delen daarvan te laten herleven als museumlijn of als voor toeristen bestemd railfietstracé, mislukten vanwege de kosten of omdat overheden niet meewerkten. Het moet wel heel gek lopen als de rijdende trein ooit nog terugkeert in Noord-Friesland.
Nauwelijks rendabel
De NFLS, de Noord-Friesche Locaal-Spoorwegmaatschappij, met haar lijnen in het uiterste noorden van Friesland, is slechts een korte tijd in haar bestaan winstgevend geweest.
(Tekst gaat verder onder de foto’s)


Niet verwonderlijk
De hoge verwachtingen van het reizigersvervoer kwamen niet uit. Misschien is dat ook niet zo verwonderlijk. De gebieden boven Leeuwarden bezaten, zeker in de tijd van de opening, geen al te hoge bevolkingsdichtheid. In vroeger tijden dachten de autoriteiten niet vanuit dat perspectief. Veeleer zou een dergelijke spoorlijn welvaart brengen en kwamen er nieuwe bewoners en daarmee nieuwe treinklanten. Die vlieger ging voor de NFLS maar zeer gedeeltelijk op. Vooral het goederenvervoer bleek de inkomstenbrenger.

Touwtrekken
Voordat de Noord-Friesche Locaal-Spoorwegmaatschappij opgericht werd (31 mei 1899), waren tal van plannen de revue gepasseerd. Spoorlijnen naar Oostmahorn, Hantum, via Metslawier naar Drachten. Alle hadden ze gemeen dat ze stuitten op onuitvoerbaarheid en plaatselijke of regionale bezwaren.
Het touwtrekken om een spoor- of tramlijn was heel gebruikelijk in die dagen. Maar het verkrijgen van subsidies en voldoende aandeelhouders was een heel ander verhaal. Eind 19de eeuw werd de maatschappij opgericht met als taak niet alleen de aanleg, maar ook de exploitatie van lijnen ten noorden van Leeuwarden.

De aanleg
Het overgrote deel van het lijnennet van de NFLS kreeg in ongeveer vijf jaar gestalte. Tussen 1900 en 1904 kwamen de lijnen Leeuwarden – Metslawier, Stiens – Tzummarum – Harlingen en Tzummarum – Franeker Halte in exploitatie. Pas jaren later slaagde de NFLS erin het laatste deel, Metslawier – Anjum, te verwezenlijken. In totaal omvatte het net 84 kilometer spoorlijn.
Vooral over de reden van de aanleg van Metslawier – Anjum is relatief weinig bekend. Doortrekking van de lijn naar de Lauwerszee zou voor de hand hebben gelegen, maar het bleef bij het betrekkelijk kleine Anjum dat in die tijd slechts enkele honderden inwoners bezat – veel te weinig om een rendabele reizigersdienst te waarborgen.

Exploitatie
De NFLS verzorgde de exploitatie van de spoorlijnen eerst zelf met eigen stoomlocomotieven en rijtuigen. In Stiens verrees een locomotiefloods, waar de meeste diensten begonnen. Ook grotere reparaties werden in deze loods annex werkplaats doorgevoerd. In de loop der jaren, maar zeker in het begin, ondersteunden ook plaatsen als Ferwerd, Dokkum en Tzummarum de werkplaats in Stiens. Toen de lijn eenmaal was doorgetrokken tot Anjum werd daar een locomotiefloods gebouwd, die er nog altijd staat.
Stiens als centraal punt
Tot 1928 is Stiens begin- en eindpunt van vrijwel alle treindiensten geweest. De NFLS en later de HSM onderhielden ruwweg een twee-uursdienst per richting. Op marktdagen reden extra treinen naar Leeuwarden of Dokkum. Gedurende een aantal jaren werd de frequentie tussen Sexbierum en Harlingen verminderd, vanwege de hoge bijdrage die de HIJSM voor het medegebruik van de spoorlijn tussen Koetille en Harlingen moest betalen aan de concurrerende Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (SS).

Fotograaf Jacob Mosselman, Stichting Fotografie Willem Kamminga, Dokkum. Verzameling: Wietze Hoekstra.
Goederenvervoer
Vielen de inkomsten uit het reizigersvervoer nogal tegen, bij het vervoer van goederen had de NFLS de wind aanvankelijk mee. De vele landbouwproducten vonden hun weg naar verre oorden en streken via het lokaaltje. Maar het vervoer van landbouwproducten volgt de grillen van de natuur en kent goede en slechte tijden. Tegenvallende oogsten leidden al enkele jaren na opening van de eerste lijnen tot het inzicht dat de exploitatie beter door anderen verricht kon worden. Zo kon immers het ondernemersrisico vrijwel helemaal worden overgeheveld op een exploitant. De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM) bleek bereid die exploitatie te verzorgen, te beginnen in 1905. De nieuwe exploitant nam de eigen locomotieven en rijtuigen van de NFLS over.

Franeker zonder omrijsporen
Aanvankelijk bestond het plan de lijn Tzummarum – Franeker te laten aansluiten op het station van de SS in die plaats. De kosten van de overbrugging van de Harlinger Trekvaart (later het Van Harinxmakanaal) nekten dit voornemen. Om die reden was er te Franeker Halte (de naam gaf al aan dat die halte niet als eindpunt was bedoeld) geen omrijspoor. De eerste jaren hebben de treinen dus vermoedelijk geduwd teruggereden naar Tzummarum of zijn daar geduwd begonnen.

Redelijk rendabel
De jaren tien en een groot deel van de jaren twintig van de vorige eeuw waren de meest succesvolle voor de Noord-Friese lijnen. De winsten waren redelijk tot 1925. Daarna ging het gestaag bergafwaarts. In 1928 werd er voor het laatst winst gemaakt.
De in 1929 uitgebroken economische crisis ging ook in Noord-Friesland niet onopgemerkt voorbij. Werkloosheid trof een fors deel van de beroepsbevolking, lonen werden verlaagd en het besteedbaar inkomen daalde. Met grote gevolgen voor de Noord-Friese lokaallijnen.

Alles weten over de geschiedenis
van het Noord-Friese spoor?
In Friesland en soms ook daarbuiten, kennen de mensen het ‘Dokkumer lokaaltje’. Van het liedje, maar soms ook van overleveringen of herinneringen. In oktober 2013 is het 512 pagina’s dikke boek over de Noord-Friesche Locaal Spoorwegmaatschappij en de tramwegen in Noord-Friesland verschenen. Het is een echt standaardwerk voor iedereen die belangstelling heeft in de streekgeschiedenis, spoor- en tramwegen en een groot aantal autobusdiensten. Nu tegen een extra aantrekkelijke prijs. Zolang de voorraad strekt.
Interesse? Meer informatie is te vinden op de website van Uitgeverij Gegarandeerd Ongeregelmatig.

rh 02-2026